DUMMYTRAINING

Apporteren met dummy's. Bij "Het Goede Spoor" geven we geen training voor C, B, A-KNJV diploma's. Wel proberen we de honden de apporten en de andere proeven op de door de KNJV & FHN beschreven wijze bij te brengen, voor een overzicht van mogelijkheden zie hieronder. Dit alles gebeurt d.m.v. het apporteren van een dummy. Een dummy is gemaakt van canvas. Deze zijn te verkrijgen in de betere outdoorjachtzaken. Ook via Het Goede Spoor!


Houden van de aangewezen plaats
De hond moet 2 minuten blijven op een door de instructeur
aangewezen plaats. Hierbij is de geleider uit zicht. De instructeur moet er
op toe zien dat de hond niet door verwaaiing kan weten dat zijn geleider in
de buurt is. Meestal moet de hond bij deze proef liggen, maar hij mag ook
zitten of staan. Denk erom dat de hond de volle 2 minuten in deze houding op
de plaats blijft.

Apport te land
Op ongeveer 25 meter afstand van de geleider en zijn hond zal een
dummy worden opgegooid. De hond moet netjes blijven zitten totdat
zijn geleider hem het commando geeft om te apporteren. Hierbij mag de hond
niet inspringen! (hij gaat voordat zijn geleider hem een commando geeft).

Apport uit diep water
De geleider en de hond staan aan de waterkant. Er zal een geluid
gemaakt worden en er wordt een dummy in het water gegooid. De hond moet
netjes blijven zitten totdat zijn geleider hem het commando geeft om te
apporteren. Hierbij mag de hond niet inspringen! (hij gaat voordat
zijn geleider hem een commando geeft).

Verloren apport te land
De hond moet een in dichte dekking geworpen
dummy apporteren. De dummy wordt op ongeveer 40 meter van de plaats waar de
hond wordt ingezet geworpen. De plaats wordt zo uitgekozen dat de geleider
en de hond elkaar niet kunnen zien als de hond in de omgeving van de dummy
werkt. Bij voorkeur dient de proef zo te worden uitgezet, dat de wind uit
een richting komt loodrecht op die, waarin de hond moet worden uitgestuurd.
De hond wordt ingezet en deze moet de dummy opzoeken en netjes afgeven bij
zijn geleider. De hond moet dus compleet zelfstandig werken bij deze proef.

Markeerapport te land
Op een afstand van ongeveer 40 meter van de geleider en zijn hond
wordt voorafgaande een geluid een dummy opgegooid. Bij voorkeur wordt deze
gegooid in een lagere dekking, zodat de dummy op de valplaats niet is te
zien voor de hond. De geleider mag zijn hond pas een commando geven, wanneer
de instructeur hem op de schouder tikt. Dit teken geeft de instructeur
ongeveer 3 tot 5 seconden nadat de dummy is gevallen. Als de hond inspringt,
en hij niet binnen 5 meter kan worden afgestopt, is de proef onvoldoende
afgelegd.
Nadat het commando is gegeven moet de hond in een rechte lijn naar de dummy
en netjes apporteren. Als de hond zoekend de dummy vindt, is de proef ook
onvoldoende afgelegd. De hond moet de valplek onthouden, hetgeen markeren
wordt genoemd.

Verloren apport over diep water
De geleider en de hond staan aan de
waterkant. Aan de andere kant van het water zal er, zonder dat de hond het
kan zien, een dummy op maximaal 40 meter van de kant worden neergelegd. De
plek van de dummy is zo gekozen, dat wanneer de hond uit het water komt, de
dummy niet kan zien liggen. De hond wordt over water gestuurd en moet de
dummy opzoeken. Hierna zal de hond hem netjes moeten apporteren.
Dirigeerproef te land
Dirigeren houdt in met fluitsignalen,
commando's en armgebaren de hond op afstand sturen en afstoppen. De
instructeur zal de geleider een punt aanwijzen waar hij zijn hond naartoe
moet dirigeren. Deze afstand is meestal zo'n 30 tot 40 meter. Als de hond
dicht genoeg bij de plaats is aangekomen, krijg je van de instructeur een
signaal om de hond naar een dummy te dirigeren en deze te laten apporteren.
Deze ligt ongeveer op zo'n 40 meter van het stoppunt van de wind af.

Sleep van een verre loper over
breed water
De voorjager en de hond staan aan de waterkant. De hond moet over
een breed en diep water een ver weggesleepte dummy apporteren. Het spoor
moet minimaal 40 meter en maximaal 50 meter lang zijn. Tevens moeten er
minimaal 2 haken van ongeveer 90 graden inzitten. De hond wordt door de
voorjager over het water gestuurd en moet de hond dirigeren naar de plek
waar de sleep begint. Als de hond de sleep heeft opgepakt, mag de geleider
geen enkel commando meer aan zijn hond geven. De hond moet de sleep
zelfstandig uitwerken en de dummy apporteren. Hij mag hierbij niet verloren
gaan zoeken, maar moet door middel van de sleep de dummy vinden. Bij
voorkeur wordt de proef zo uitgezet dat de wind uit een richting komt, varierend tussen recht van achteren en loodrecht op die, waarin de hond over
het water moet worden gestuurd.